Soms krijg ik de vraag of een commissariaat niet iets voor mij zou zijn.
Daar moest ik altijd een beetje om lachen. Ik zit het liefst direct aan de knoppen. Rondlopen, vragen stellen, dingen uitzoeken, samen zorgen dat het weer een beetje beter loopt. Een vergaderagenda en afstand klonken niet echt als goh, leuk!
Ik heb door de jaren heel wat bedrijven van binnen gezien. Groot, klein, groeiend, vastgelopen, opnieuw ingericht of gewoon toe aan wat meer overzicht. Ik heb aan directietafels gezeten, maar vooral veel tijd doorgebracht met de mensen die uitvoeren wat daar wordt bedacht.
Op papier kan een organisatie er prachtig uitzien. Mooie cijfers, keurige rapportages en overal een groen bolletje. Tot je een middag rondloopt en ontdekt dat drie mensen hetzelfde controleren, niemand precies weet wie ergens over gaat en dat ene Excelbestand eigenlijk belangrijker is dan het hele nieuwe systeem.
Als commissaris hoef je dat niet zelf op te lossen. Sterker nog, dat moet je vooral niet willen. Maar je kunt er wel naar vragen.
En misschien is dat stiekem toch wel leuk.
Niet zelf aan de knoppen zitten, maar wel voldoende van organisaties gezien hebben om te weten wanneer je nog even door moet vragen. Vanaf de andere kant van de tafel vragen: waarom doen jullie dit eigenlijk zo?
Dat lijkt me toch ook wel wat.