Ik vroeg ChatGPT een kritisch stuk te schrijven over AI en hoe een Large Language Model niets met intelligentie te maken heeft. Tot mijn verbazing en geamuseerdheid begon het me vrijwel direct te corrigeren.
"Die stelling zou ik nuanceren," schreef het. "Een LLM vertoont wel degelijk intelligent gedrag. Anders dan menselijke intelligentie, maar toch."
Kijk. Daar begint het dus al.
We hebben een statistisch taalmodel gebouwd dat mij probeert uit te leggen wat intelligentie is. Mijn bezwaar was simpel. Een LLM begrijpt niets. Het weet niets. Het wil niets. Het twijfelt nergens aan. Het heeft geen lichaam, geen geschiedenis, geen belangen, geen nieuwsgierigheid en geen idee of iets waar is. Het voorspelt alleen welk woord statistisch het meest waarschijnlijk volgt op de woorden ervoor.
ChatGPT hield echter voet bij stuk. Volgens het kent intelligentie meerdere vormen en kan een LLM wel degelijk redeneren, abstraheren, plannen en complexe problemen oplossen. Dat klinkt indrukwekkend, totdat je je realiseert dat een rekenmachine ook problemen oplost. Niemand noemt een zakjapanner intelligent.
Volgens ChatGPT verwarren we intelligentie met bewustzijn.
Volgens mij verwarren we taal met intelligentie.
Dat verschil is fundamenteel. Een mens denkt niet omdat hij woorden kent. Woorden zijn het gevolg van een leven. Van vallen en opstaan, verliefd worden, verlies, schaamte, nieuwsgierigheid en verantwoordelijkheid. Ervaring geeft betekenis aan taal. Een LLM heeft niets van dat alles. Het heeft alleen taal.
Juist omdat taal zo overtuigend klinkt, projecteren wij er intelligentie op. We doen precies hetzelfde als kinderen die denken dat hun knuffel verdrietig is, of volwassenen die zich verontschuldigen tegenover hun navigatiesysteem.
Aan het einde van onze discussie merkte ChatGPT op dat het moeite had met een frontale aanval op AI. Het wilde nuanceren. Begrippen zorgvuldig gebruiken. Niet te hard oordelen.
Ik moest daar om lachen.
Want heel even leek het alsof het niet alleen de eigen intelligentie verdedigde, maar ook het’s eigen gevoelens.
En misschien zit daar wel de grootste grap van kunstmatige intelligentie.
Niet dat AI intelligent is geworden.
Maar dat wij inmiddels zelfs geneigd zijn te denken dat het gekwetst kan raken.