De verborgen psychologie van een schone badkamer

Geschreven door Paul de Bruijn op 25 mei 2026 07:45

Afbeelding bij de blogpost De verborgen psychologie van een schone badkamerIedereen denkt bij een psycholoog aan diepe gesprekken, jeugdtrauma’s en mensen die langdurig naar een plant zitten te kijken terwijl ze zeggen dat het ‘best goed gaat’. Maar toen ik in 1991 afstudeerde was er voor psychologen ongeveer evenveel werk als voor een ijscoman op de Noordpool.

Dus belandde ik niet in een praktijkruimte maar bij de Baron hotelketen in Eernewoude. Met een nogal opmerkelijke opdracht: optimaliseer de schoonmaak. Niet de mensen. Niet de teams. Niet de cultuur.

De badkamers.

Ik weet nog dat ik dacht: vijf jaar universiteit en nu sta ik serieus na te denken over de ideale volgorde van een toiletborstel. Achteraf gezien was het de beste managementopleiding die ik had kunnen krijgen.

Want processen liegen niet.

Een badkamer interesseert het niks hoe inspirerend je missie is. Als iemand eerst de vloer dweilt en daarna de wc schoonmaakt, gaat het mis. Dan loop je jezelf voortdurend te corrigeren. Extra werk. Extra irritatie. Minder resultaat. Precies zoals in veel organisaties. Daar zitten managers soms dagenlang in vergaderingen over visie, leiderschap en cultuur, terwijl de dagelijkse werkprocessen zo onlogisch zijn ingericht dat mensen vóór half tien al moe zijn.

Afdelingen die elkaar voortdurend corrigeren. Overdrachten die drie keer terugkomen. Targets die harder geschreeuwd worden naarmate het systeem slechter werkt. En ergens zit dan iemand in een vergaderruimte te roepen dat ‘de mindset moet veranderen’.

Nee.

Misschien moet eerst de badkamer andersom.

Het mooie van schoonmaak is trouwens dat het meedogenloos eerlijk werk is. Niemand kan zich verschuilen achter PowerPoints. Aan het einde van de rit is iets schoon of niet schoon. Dat mis ik soms wel eens in directiekamers. Daar kunnen organisaties gerust drie jaar praten over verandering zonder dat iemand de vraag stelt: ‘Waarom doen we dit eigenlijk in deze volgorde?’

Misschien komt daar mijn fascinatie voor processen vandaan. Niet vanuit theorie. Maar vanuit een hotelbadkamer in Friesland.

Soms denk ik: veel organisaties zouden enorm opknappen van één week schoonmaakwerk. Gewoon even terug naar de basis. Kijken waar mensen elkaar in de weg lopen. Waar energie weglekt. Waar iemand eerst dweilt en daarna pas begint met nadenken. Veel werkdruk ontstaat dan ook niet door te veel werk, maar door slecht georganiseerde eenvoud.

Dat ís management. Punt.